Neoliberalisme in de Nederlandse geschiedenis. Een gesprek met Bram Mellink

Jelle van Baardewijk in gesprek met politiek historicus Bram Mellink over waar dat neoliberalisme nu precies vandaan komt. “Het is veel ouder dan vaak wordt gedacht.”

In zijn onderzoek richt Mellink zich op de geschiedenis van het neoliberalisme. Wat dat precies is? “Het neoliberalisme staat voor het aanwenden van overheidsmacht om de markt in het zadel te helpen of te houden.” Het gaat dan om het concurrentieprincipe en organisatie op basis van prikkels. De overheid kan dit op twee manieren doen: door organisaties te privatiseren of door het marktdenken binnen publieke organen zelf te implementeren. Interessant genoeg bestaan er geen neoliberale politieke partijen. Mellink: “Het gaat er niet om om een moreel oordeel te vellen [..] Als historicus fascineert mij die strijd. We zitten nog steeds met neoliberalisme zonder neoliberalen.”

Volgens Mellink zien we vandaag de dag wel de excessen van de neoliberale logica. Hij noemt de grote vermogensongelijkheid (juist in Nederland), de afbouw van voorzieningen en de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Over dat laatste vertelt Mellink: “Je maakt een concurrentieregime dat niet in het voordeel uitpakt voor de mensen die het werk leveren, maar veel meer in het voordeel van de werkgevers.” Veelal wordt gedacht dat die ontwikkeling in de jaren ’80 en ’90 is ingezet, maar Mellink laat in z’n onderzoek wat anders zien. “Het neoliberalisme kent in Nederland een veel langere traditie.” Het gaat zelfs terug tot de jaren ’30.

In dit gesprek schetst Mellink deze historie. “Het idee was dat de vrije markt machtssamenballingen kon breken.” Hij vertelt over de Nederlandse en Duitse fascinatie voor export – heel wat anders dan het Keynesiaanse denken over loonverhogingen. “We waren niet sober in de zin dat we de vraagkant van de economie niet stimuleerden op de lange termijn [met lonen, red.], maar dat we de arbeidskosten wilden drukken om het grootbedrijf in de export kansen te bieden op de wereldmarkt.” Opvallend is dat deze geschiedenis van het neoliberalisme niet zozeer bij politici en politieke partijen te vinden is. Mellink: “Het is een ambtelijk denkkader. [..] Het laat zien hoe invloedrijk ambtelijk en economisch denken. En hoe politici het voor een deel gewoon moeten doen met ideeën over economische inrichting die daar worden ontwikkeld.”