Bestuurders nog altijd in de ban van maakbaarheidsdenken? Een gesprek met Robert van Putten

David van Overbeek in gesprek met filosoof en bestuurskundige Robert van Putten over het thema ‘maakbaarheid’. “We zien dat er allerlei praktische en normatieve bezwaren bij die maakbaarheid, het streven naar beheersing kunnen optreden.”

Van Putten is gepromoveerd op een proefschrift over het thema maakbaarheid binnen de bestuurskunde. Hij licht die notie toe: “We kennen dat als een woord met een negatieve lading.” Inderdaad, als in de politieke retoriek iets maakbaarheidsdenken wordt genoemd, is het daarmee afgedaan. Desondanks, zo betoogt Van Putten, is die manier van kijken en denken nog steeds dominant bij veel bestuurders en politici. Het ontstond in de jaren ’70 en ’80. “We zijn nu 20, 30 jaar verder, en ik wilde laten zien dat die maakbaarheid in een nieuwe gedaante terugzien. Ook al hebben we dat uit ons discours, uit ons politieke debat verbannen.”

Natuurlijk, dingen maken is al zo oud als de mens. Toch zien we de afgelopen eeuwen iets nieuws ontstaan, zo vertelt Van Putten. “Vanaf de moderne tijd begint het maakbaarheidsdenken een serieuze plek te krijgen in politiek en bestuur. Dat heeft denk ik alles te maken met moderne wetenschap. Maar daarachter zit een bepaald wereldbeeld.” De werkelijkheid als een complex mechaniek dat de mens kan beheersen en aanwenden voor de eigen doeleinden. Met Charles Taylor stelt Van Putten: het behoort nog steeds tot onze sociale verbeelding. “Dat zit voor een belangrijk deel in de taal en in de instrumentenkeuze.” Hoe spreek je over een probleem, en welke beleidsmiddelen zet je in om dat te lijf te gaan?

Eerder werd vooral instituties en overheden geacht de wereld te kunnen maken. Van Putten: “Tegenwoordig zien we meer dat ons eigen leven maakbaar is, dat we eigen actor zijn.” Op bestuurlijk niveau pleit Van Putten in z’n proefschrift voor de kunst van het maat houden met betrekking tot maakbaarheid. “We zien dat er allerlei praktische en normatieve bezwaren bij die maakbaarheid, het streven naar beheersing, kunnen optreden.” Daarvoor gaat hij onder meer te rade bij klassieke bronnen. “Ik denk dat het nodig is om die beweging te maken om onder het modernisme en onder het postmodernisme uit te komen. En om te komen tot constructieve perspectieven die niet in de val van de maakbaarheid stappen.”