De- en het-woorden

Om stijlfouten te voorkomen moet je bij het gebruik van persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden kijken of deze voornaamwoorden terugwijzen naar een de- of een het-woord, én of dat de-woord concreet of abstract is. Abstracte de-woorden zijn namelijk vrouwelijk (zij/ haar), de andere mannelijk (hij/ zijn).